|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Welkom op Tripod UitvaartVerzekeringen
Deze verzekeringen site geeft u nieuws en informatie over alle financiele producten. U kunt vrijblijvend een offerte aanvragen of online een verzekering afsluiten
krediet nieuwsBelgische Senaat Handelingen DONDERDAG 13 JANUARI 2005 - NAMIDDAGVERGADERING (Vervolg)--------------------------------------------------------------------------------Mondelinge vraag van de heer Luc Willems aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «de omzetting van de Europese richtlijn betreffende de verzekeringsbemiddeling in de Belgische wetgeving» (nr. 3-523) De heer Luc Willems (VLD). - De Europese richtlijn 2002/92/EG betreffende de verzekeringsbemiddeling moet in de Belgische wetgeving worden omgezet vóór 15 januari 2005. Er is momenteel geen wetsontwerp in het parlement dat deze omzetting regelt.De sector van de verzekeringsbemiddeling is in ons land sterk aanwezig en zorgt voor een open en competitieve markt voor de consument. De Europese richtlijn versterkt onder andere de informatieplicht jegens de consument.Wat is de stand van zaken in de voorbereiding van een wettelijk initiatief?Binnen welke tijdspanne zal dat aan het parlement worden voorgelegd?Heeft de vertraging enige gevolgen voor de sector in België?Blijft de minister opteren voor een apart statuut voor de verzekeringstussenpersonen - agenten en makelaars - dat onderscheiden is van de financiële bemiddeling?Blijft het toezicht op de Tak 21- en de Tak 23- verzekeringsproducten georganiseerd binnen het `verzekeringskader', ook na de fusie tussen de Controledienst voor de verzekeringen en de Commissie voor het bank- en financiewezen bij de CBFA?De heer Marc Verwilghen, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Een eerste ontwerptekst tot omzetting van de richtlijn in het nationale recht kreeg ik eind december 2004. Deze tekst wordt nu bestudeerd door mijn beleidscel en zal in de eerstkomende weken aan de Ministerraad ter goedkeuring worden voorgelegd.Mijn bedoeling is zo min mogelijk vertraging op te lopen. De beperkte vertraging, die onafwendbaar is daar 15 januari 2005 niet kan worden gehaald, zal mijns inziens nagenoeg geen gevolgen hebben voor de sector in België. Ons land heeft zijn wetgeving immers reeds aangepast aan de aanbeveling die de Europese Commissie destijds had uitgevaardigd. De richtlijn kwam er omdat te weinig lidstaten gevolg hadden gegeven aan de aanbeveling. Wat de essentie van de richtlijn betreft, namelijk de registratie van de verzekeringstussenpersonen en de voorwaarden waaraan deze moeten voldoen om geregistreerd te kunnen worden, is onze wetgeving reeds conform de richtlijn.Ik ben voorstander van een apart statuut voor de verzekeringstussenpersonen, omdat zij de enige tussenpersonen in de financiële sector zijn waarvoor nu reeds een volledig wettelijk statuut bestaat, namelijk de wet-Cauwenberghs van 27 maart 1995. Bovendien bestaan er specificiteiten in de verzekeringssector waarmee in het statuut van de verzekeringstussenpersonen rekening moet worden gehouden. Het is niet denkbaar dat de verzekeringstussenpersonen het absolute verbod krijgen opgelegd premies te innen en verzekeringsvergoedingen uit te betalen, voorzover de belangen van de verzekerden in dat opzicht veilig worden gesteld.Daar het om verzekeringsproducten gaat, blijft de ter zake geldende verzekeringscontrolereglementering het toezicht over die verrichtingen uiteraard bepalen. De fusie tussen de CBF (Commissie voor het Bank- en Financiewezen) en de CDV (Controledienst voor de Verzekeringen) tot de CBFA heeft niet geleid tot wijzigingen in het toepassingsgebied van de onderscheiden controlereglementeringen, in grote lijnen banken en kredietinstellingen, enerzijds, en verzekeringsondernemingen, anderzijds.De heer Luc Willems (VLD). - Ik dank de minister voor het antwoord. Het gaat vooral om de timing, maar hij heeft ook al een aantal elementen aangegeven over de manier waarop de omzetting zal gebeuren. Indien ook de premie-inning wordt behouden, zal de sector deze nieuwe wetgeving toejuichen. Aangeboden door: geld lenen zonder bkr toetsing hypotheek nieuws
Vraag:Bij de bank waar wij reeds jaar en dag klant zijn hebben wij gevraagd om een hypothecaire lening voor een nieuwbouw. Echter zij willen ons enkel een gunstige rentevoet (dwz vaste rentevoet op 15 jaar aan 3.69%) aanbieden op voorwaarde dat wij ook de schuldsaldoverzekering en de brandverzekering bij hen nemen. Voor de schuldsaldoverzekering zouden we bij deze bank echter een meerprijs betalen van gemiddeld 1000 € (dit over een relatief klein bedrag nl. 60000 €). Ook de brandverzekering zou duurder uitvallen. Maw het voordeel van de gunstige rentevoet wordt gereduceerd tot nul. Kan de bank ons verplichten om dit bij hen te nemen? Misschien ook nog even bij vermelden dat wij reeds een hypothecaire lening hadden via deze bank, inclusief SSV en brandverzekering, en met succes terugbetaald zonder problemen. Antwoord: Philippe Roisin van Fortis Bank beantwoordt je vraag: Vele banken koppelen vaak goedkope woonkredieten aan het afsluiten van verzekeringen of aan een loondomiciliëring bij de betreffende bank. Een korting op jouw hypotheeklening mag voorwaardelijk worden gemaakt. Dit is uitdrukkelijk opgenomen in de hypotheekwet van 13/03/98. Alhoewel strijdig met de wet op de handelspraktijken, wordt het koppelen van de opname van andere financiële producten aan een voordeeltarief toch toegelaten. Krijg je een voorwaardelijke korting, houd er dan wél rekening mee dat die kan wegvallen zodra niet meer aan de gestelde voorwaarde voldaan is. Zeg je bijvoorbeeld je loondomiciliëring op of haal je je spaartegoeden weg bij de bank, dan kan dus ook de korting wegvallen. Dat kan op elk moment gebeuren, dus niet alleen bij een renteherziening. Voor commerciële kortingen echter geldt het principe van 'gegeven is gegeven'. Die kunnen nooit wegvallen. Merk wél op dat de dienst die aan een voorwaardelijke korting wordt gekoppeld een extra waarborg moet vormen voor de terugbetaling van de lening. Loondomiciliëring, spaartegoeden of een schuldsaldo- of een brandverzekering zijn dus toegelaten voorwaarden. Zo is bijvoorbeeld het koppelen van een korting aan een autoverzekering verboden. Aangeboden door: zet nu u te dure hypotheek om pensioen nieuwsPensioensparen kan zowel bij een bank als bij een verzekeraar. Voor beide mogelijkheden werd het wettelijk regime via het Koninklijk Besluit (KB) van 22 december 1986 vastgelegd. De pensioenspaarformules van banken worden vaak met de verzekeringsproducten vergeleken. Pensioenspaarfondsen doen eerder aan een onrechtstreekse belegging in aandelen denken, terwijl de pensioenspaarverzekering de onderschrijver heel wat zekerheid biedt, via een gewaarborgde rente van 3,25 % op elke premie. Een wereld van verschil !1. Via een verzekeraar met gewaarborgde rente en gegarandeerd kapitaalDe verzekeraar biedt in het kader van het pensioensparen een levensverzekering met een duidelijk verschillende fiscaliteit in vergelijking met de klassieke levensverzekering aan. Dit zijn de kenmerken:De verzekeraar verbindt zich ertoe, in tegenstelling tot de bankier, om voor elke storting een vergoeding van 3,25 % te betalen. Voor contracten die voor 1 januari 1999 werden ondertekend, blijft de vroegere gewaarborgde rente van 4,75 % geldig. Dat onderscheid is te wijten aan het feit dat verzekeraars begin dit jaar hun gewaarborgde rente van 4,75 naar 3,25 % hebben verlaagd.Hoe meer werd gestort, hoe hoger het kapitaal op het einde van het contract. De bedragen kunnen dus alleen maar aangroeien, niet afnemen. Via een dergelijke formule biedt de verzekeraar in feite een soort 'kliksysteem' aan, want de stijgingen uit het verleden zijn voor de toekomst gewaarborgd. Elk jaar keert de verzekeraar ook een winstdeelname (WD) uit, die niet contractueel is. En die winstdeelname verhoogt het uiteindelijke rendement van het pensioensparen aanzienlijk. De winstdeelname is afhankelijk van de winst - vooral financieel - van elke verzekeraar. Ze kan dus van jaar tot jaar verschillen.Aangezien de WD met de winst van de verzekeraar schommelt, kan ze nooit bij de ondertekening van het contract worden vastgelegd. Over haar omvang wordt elk jaar een beslissing genomen, maar ze is afhankelijk van het spaarbedrag dat tijdens het vorige jaar werd verzameld. 2. Bij de bankierVia een bankier kan u aan pensioensparen doen via een belegging in pensioenspaarfondsen, die in aandelen beleggen. Gewaarborgd rendement, winstdeelname, allemaal termen die bij de pensioenspaarrekening niet zijn terug te vinden. De bankier waarborgt immers geen enkel rendement !De bankier heeft immers maar één verplichting: de fondsen als een goede huisvader beheren. In de plaats van de resultaatsverbintenis van de verzekeraar (gewaarborgde rente van 3,25 % of meer, want de wet staat maximaal 3,75 % toe) komt een eenvoudige middelverbintenis voor de bankier.Het is dus best mogelijk dat de particulier uiteindelijk verlies lijdt. Sinds 1987 presteren pensioenspaarfondsen echter heel wat beter dan verzekeringsformules. De verzekeraar moet wel een minimum van 3,25 % bieden, en een verlies, zelfs gedurende één jaar, is dus onmogelijk. De bankformules sloten de jaren 1987, 1990 en 1994 over het algemeen in de rode cijfers af. Aangeboden door: pre pensioen Terug naar Tripod UitvaartVerzekeringen   |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||